Inhoudsopgave
Kan dementie in de familie zitten?
Dementie is in de meeste gevallen niet erfelijk. De ziekte komt wel vaak voor. Maar liefst een op de vijf mensen krijgt dementie. Hoe ouder iemand wordt, hoe groter de kans is dat hij dementie krijgt.
Welke vorm van dementie is erfelijk?
Frontotemporale dementie (FTD) is soms erfelijk (in 25 tot 40% van de gevallen). Iemand met de erfelijke vorm van FTD heeft 1 op 2 (50%) kans om dit aan een kind door te geven. Lewy body dementie is bijna nooit erfelijk. Bij het ontstaan van vasculaire dementie speelt erfelijke aanleg waarschijnlijk een kleine rol.
Wat moet je doen bij het vermoeden van dementie?
Bij een vermoeden van dementie volgt vaak een bezoek aan de huisarts. Die maakt op basis van zijn kennis en ervaring een afweging of het wel of niet gewenst is om een diagnose te stellen. Een huisarts vertelde bijvoorbeeld aan de onderzoekers ‘Laatst vertelde een mevrouw dat ze wat vergeetachtig was.
Hoe wordt de diagnose frontotemporale dementie gesteld?
FTD uit zich vaak in gedragsveranderingen die niet altijd specifiek op dementie wijzen. Naast neuropsychologisch onderzoek (testen van onder andere geheugen, concentratie en taal) is het dan nodig om een MRI-scan te maken. Maar ook MRI-beelden laten soms nog te weinig zien om direct de diagnose FTD te kunnen stellen.
Hoe herken je frontotemporale dementie?
Frontotemporale dementie herkennen Beweging: de motoriek houterig. Lopen wordt moeilijker, iemand valt vaker en heeft problemen met de coördinatie. Trillen is ook een kenmerk. Taal: de taalvaardigheid verslechtert.
Wat geeft de kennis van een diagnose van een client?
Onderzoek door huisarts Een veelgebruikt instrument voor het stellen van de diagnose is de vragenlijst MMSE. MMSE staat voor Mini-mental state examination. Dit is een wereldwijd erkende test die verschillende vaardigheden van de hersenen meet.
Hoe lang leef je met Parkinson dementie?
Bij 55 jaar was de ‘gezonde’ levensverwachting zo’n 30 jaar, maar met de diagnose ziekte van Parkinson ongeveer 10 jaar korter (met een onzekerheid van zo’n 5 jaar naar boven en beneden). Bij diagnose op 75-jarige leeftijd was de reductie kleiner, 3 à 4 jaar bij een ‘gezonde’ levensverwachting van nog zo’n 12 jaar.