Is hen hun meervoud?
Antwoord. Nee. Het gebruik van haar als vrouwelijk meervoud van het persoonlijk voornaamwoord is verouderd. De huidige vorm is hen, hun of ze.
Kan hun enkelvoud zijn?
Ja. Hoewel het echtpaar enkelvoud is, kan hier het best het meervoudige bezittelijk voornaamwoord hun gebruikt worden. Het bezittelijk voornaamwoord zijn – dat grammaticaal correct verwijst naar het het-woord echtpaar – levert een wat vreemde zin op (‘Het echtpaar was idolaat van zijn kind’).
Wat betekent zichzelf?
zichzelf = wederkerend, derde persoon enkelvoud vb: hij ziet zichzelf in de spiegeltot zichzelf komen [weer rustig worden]op zich(zelf) vind ik het best [los van al het andere]in zichzelf praten [iets tegen jezelf zeggen]voor zichzelf b… Solitair = alleenstaand, op zichzelf levend.
Is hen enkelvoud?
‘Hen’ is inderdaad *oorspronkelijk* een persoonlijk voornaamwoord derde persoon meervoud, gebruikt bij een lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp. *Nu* echter is de algemeen opgaande consensus dat ‘hen’ gebruikt zou kunnen worden als persoonlijk voornaamwoord derde persoon enkelvoud gebruikt als onderwerp.
Is ikzelf aan elkaar?
Ook als er een contrast met een ander wordt uitgedrukt, wordt ikzelf, hijzelf e.d. aaneengeschreven: ‘Mijn zus lijdt aan allerlei kwalen, maar ikzelf heb nergens last van. ‘ Als zelf extra nadruk krijgt, wordt het als los woord geschreven: ‘Potlood of pen, dat mag je zélf weten’, ‘Wat kunt u zélf doen voor het milieu.
Hebben zij of hun?
Nee, hun als onderwerp (hun zijn, hun doen, hun zeggen, hun hebben, enzovoort) wordt nog algemeen afgekeurd. Veel mensen vinden een zin als ‘Hun hebben dat gedaan’ zelfs een verschrikkelijke fout, niet alleen in de schrijftaal, maar ook in de spreektaal. ‘Zij hebben dat gedaan’ is wél juist.
Is het hen of hun?
Om naar personen te verwijzen, is na een voorzetsel hen het aan te bevelen voornaamwoord, niet hun: voor hen, aan hen, met hen, door hen. Na een voorzetsel kan ook het onbeklemtoonde voornaamwoord ze gebruikt worden om naar personen (of naar zaken) te verwijzen: voor ze, aan ze, met ze, door ze.