Heeft een baby dezelfde bloedgroep als de moeder?
Een vader en moeder geven ieder één kopie van het bloedgroep-gen aan hun kind door. Dit kan een A, B of O zijn. Samen bepaalt dit welke bloedgroep het kind heeft; A, B, AB of O. Je hebt dus altijd twee bloedgroep-genen.
Wat als je baby een andere bloedgroep heeft?
Tijdens de zwangerschap kan bloed van het kind in het bloed van de moeder komen. Bij de geboorte is de kans dat dit gebeurt zelfs vrij groot. Als het kind een andere bloedgroep heeft dan de moeder, kan de moeder antistoffen maken tegen de bloedgroep van het kind. Het kind kan dan bloedarmoede krijgen.
Heb je dezelfde bloedgroep als je ouders?
Genen van ouders bepalend Je bloedgroep erf je van je ouders. Je vader en moeder geven ieder één kopie van het bloedgroep-gen aan jou door. Dit kan een A, B of O zijn. De kopie van je vader bepaalt samen met de kopie van je moeder welke bloedgroep jij krijgt.
Is het mogelijk om van bloedgroep te wisselen?
Je bloedgroep is erfelijk bepaald. Je wordt er mee geboren en je houdt hem de rest van je leven. Toch kan het gebeuren dat je bloedgroep verandert. Na een stamceltransplantatie krijgen patiënten namelijk de bloedgroep van de donor.
Kan de bloedgroep van een baby veranderen?
De kans bestaat dat u antistoffen maakt tegen het bloed van uw kind. Als tijdens de zwangerschap antistoffen van de moeder in het bloed van de baby terechtkomen, kunnen de rode bloedcellen van de baby worden afgebroken. Uw baby krijgt dan bloedarmoede. Hoe erg de bloedarmoede zal zijn, kan sterk wisselen.
Kun je van Rhesusfactor veranderen?
In ernstige gevallen moet al het bloed vervangen worden door middel van een zogenaamde wisseltransfusie. Gelukkig kan rhesusziekte worden voorkomen. Hiervoor krijgen rhesus (D)-negatieve vrouwen tijdens de 30ste week van de zwangerschap en na de geboorte, als het kind rhesus (D)-positief blijkt te zijn, de rhesusprik.
Kan je bloedgroep veranderen tijdens zwangerschap?
Heeft u bijvoorbeeld bloedgroep A en de vader bloedgroep O, dan krijgt uw baby bloedgroep A of O. Maar ook als u beiden A heeft, kan de bloedgroep van uw baby A of O zijn.
Wat is de meest voorkomende bloedgroep?
Binnen de Nederlandse bevolking zien we vooral de bloedgroepen O (47%) en A (42%). De bloedgroepen die beduidend minder voorkomen zijn B (8%) en AB (3%). Daarnaast is 84% rhesus (D)-positief en 16% rhesus (D)-negatief. Veel donors en patiënten zijn dus A+ of O+, terwijl B- en AB- juist weinig voorkomen.