Inhoudsopgave
Hoe kun je koolhydraten delen?
Koolhydraten kun je in twee groepen delen: snelle (slechte) koolhydraten en langzame (goede of gezonde) koolhydraten. Snelle koolhydraten zijn ongezond en werken het afvallen tegen, terwijl langzame koolhydraten gezond zijn en je kunnen helpen met afvallen.
Wat doen koolhydraten meer dan energie geven?
Koolhydraten doen meer dan energie geven. Zo geven de koolhydraten sacharose (tafel)suiker en fructose (vruchtensuiker) een zoete smaak aan de voeding. Sommige koolhydraatrijke producten bevatten voedingsvezels. Deze zijn nodig voor een goede darmwerking.
Wat zijn koolhydraten in de Gezondheidsraad?
De gezondheidsraad adviseert dat wie gezond wil eten, 40 tot 70% van zijn energie uit koolhydraten haalt. Koolhydraten leveren per gram 4 kilocalorieën. Dat is minder dan vet (9 kilocalorieën) en evenveel als eiwit.
Wat is koolhydraatrijke voeding?
Een koolhydraatrijke voeding (60 tot 70%) zorgt voor een optimale glycogeenvoorraad in de spier en de lever. In het algemeen geldt dat koolhydraten effectiever zijn voor prestaties dan vetten, omdat voor de verbranding van koolhydraten minder zuurstof nodig is.
Wat zijn langzame koolhydraten?
Langzame koolhydraten zijn dus goede koolhydraten. In een eierkoek bijvoorbeeld zitten evenveel koolhydraten als in een volkorenboterham. Maar in een eierkoek zitten vooral snelle suikers. Daarvan krijg je een hogere en snellere piek in je bloedsuiker en dat is niet gezond.
Wat zijn koolhydraten in onze voeding?
Suikers, zetmeel en vezels zijn vormen van koolhydraten in onze voeding. Suikers en zetmeel zijn koolhydraten die een belangrijke bron van energie zijn voor het lichaam. De Gezondheidsraad adviseert dat wie gezond wil eten, 40 tot 70% van zijn energie uit koolhydraten haalt.
Wat is het beste koolhydraten voor jou?
Koolhydraten leveren 4 kcal per gram, dit komt dus neer op 200 – 350 gram koolhydraten per dag. Maar hoeveel koolhydraten is voor jou het beste? Dit hangt af van je gewicht, dagelijkse activiteiten, medicatie en bloedsuikers. Vraag hierover advies aan een diëtist of je diabetesverpleegkundige.