Inhoudsopgave
Kan echter na een punt?
Echter staat meestal in het midden van de zin, na de persoonsvorm. Een zin kan ook beginnen met echter om een tegenstelling aan te geven. Na echter volgt een leespauze, in geschreven taal weergegeven door een komma, en er treedt geen inversie op.
Welk stijlfiguur is maar dat is echter een misverstand?
De termen pleonasme en tautologie hebben allebei betrekking op het gebruiken van verschillende woorden die ongeveer hetzelfde betekenen (’twee keer hetzelfde zeggen’). Als dat bewust en met een reden gebeurt, vallen pleonasmen en tautologieën onder de stijlfiguren.
Wat voor verband is immers?
een logisch verband aangevend met iets dat eerder gezegd is, meestal in een vraag.
Wat is spreektaal voor Echter?
daarentegen, doch, evenwel, intussen, maar, niettemin, nochtans, toch. als synoniem van een ander trefwoord: niettemin (bw) : desalniettemin, desniettegenstaande, desondanks, echter, evengoed, evenwel, intussen, nochtans, ondertussen, toch.
Wat zijn voegwoorden precies?
Voegwoord. Wat zijn voegwoorden precies? Voegwoorden zijn woorden die zinnen (of woorden) ‘aan elkaar voegen’. Met voegwoorden wordt het verband tussen (de inhoud van de) zinnen duidelijk. Er zijn verschillende soorten verbanden mogelijk:
Wat zijn de voegwoorden van de zinnen?
Met voegwoorden wordt het verband tussen (de inhoud van de) zinnen duidelijk. Er zijn verschillende soorten verbanden mogelijk: Voegwoorden van tijd geven aan in welke volgorde de zaken zich afspelen: ‘Hij brengt de kinderen weg voordat hij naar zijn werk gaat.’.
Wat zijn onderschikkende voegwoorden?
Onderschikkende voegwoorden zijn bijvoorbeeld: dat, voordat, nadat, tot, terwijl, als, toen, omdat, doordat en zodat. Publicatiedatum: 06-05-2011. Laatste wijziging: 15-08-2011. Zoeken in taaladviezen. Alfabetisch.
Welke voegwoorden geven een tegenstelling aan?
Tegenstellende voegwoorden geven een tegenstelling tussen zinnen aan: ‘Hij wil niet, maar zij wel’, ‘De voorstelling was lang doch interessant.’ Voegwoorden van toegeving zijn bijvoorbeeld hoewel en ofschoon. De informatie in de ene zin nuanceert de informatie in de andere zin: ‘Ik vond het een vervelende man, hoewel hij wel goed kon uitleggen.’