Inhoudsopgave
Wat betekent vies?
vies – bijvoeglijk naamwoord 1. met een onaangename smaak ♢ deze koffie smaakt vies 2. met stof of modder of iets anders besmeurd ♢ de badkamer is erg vies 3.
Hoe schrijf je smerig?
1) Beduimeld 2) Corrupt 3) Erg vies 4) Erg vuil 5) Gegaaid 6) Gemeen 7) Gemeen vies 8) Gesmeerd worden 9) Glibberig 10) Goor 11) Gorig 12) Gortig 13) Infect 14) Kliederig…
Wat betekent valt vies tegen?
Dat doet vies. Dat valt vies tegen! te vies om met een tang aan te pakken. (=heel vies en smerig.)
Wat is gekliefd?
KLIEVEN, (kliefde, heeft gekliefd), (gew.) klooven, splijten wat tegenstand biedt of waarbij de scheiding blijft bestaan hout klieven; — vaneenscheiden van wat weinig tegenstand biedt en waarbij de scheiding niet blijft bestaan de vogel klieft de lucht; het schip klieft de baren.
Wat is een ander woord voor vies?
raar, vreemd, wonderlijk, zonderling. als synoniem van een ander trefwoord: vuil (bn) : bemodderd, besmeurd, groezelig, modderig, morsig, obsceen, onfris, ongewassen, onrein, onzindelijk, schunnig, slobberig, slonzig, smerig, smoezelig, vervuild, verwaarloosd, vies, zwart.
Wat betekend niet vies van?
In ergens niet vies van zijn betekent vies ‘afkerig van’. Deze uitdrukking betekent: ‘iets (stiekem) erg lekker vinden’, zoals in ‘Ik ben niet vies van een flink stuk boterkoek op zijn tijd.
Wat betekent niet vies van?
Wat is de tegenstelling van vuil?
in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis): vuil ≠ fris, helder, lief, netto, rein, schoon, steriel.
Wat betekent vies wijf?
Een voorbeeld daarvan is wijf: vroeger betekende dat gewoon ‘vrouw’ of ‘getrouwde vrouw’ (zoals nu in het Engels, Duits en Fries), maar in het Nederlands is het nu een negatief woord geworden.
Wat betekent viel tegen?
Uitspraak: [ˈtexə(n)vɑlə(n)] Vervoegingen: viel tegen (verl. Vervoegingen: is tegengevallen (volt. deelw.) niet zo goed, mooi of leuk zijn als je had gedacht Voorbeelden: `tegenvallende rapportcijfers`, `…
Wat betekent Gekiefd?
Uitspraak: [ˈklivə(n)] Vervoegingen: kliefde (verl. tijd ) Vervoegingen: gekliefd (volt. deelw.) in stukken breken of hakken van steen of hout Voorbeelden: `hij klieft de boomstam om brandhout te maken`, `een diamant klieven…
Is het klieven of kloven?
Het wordt onregelmatig vervoegd: klieven, kloof, gekloven. De broers kregen opdracht de diamantklomp te klieven.